het  "E.C.G."

Beoordeling van het ECG.

Volgorde:

Onderscheid in ritmen:

1. Supraventriculair.

2. Ventriculair.

Normaal sinusritme:            frequentie        60 - 100 sl/min.

Geleidingsstoornissen.

Stand van de elektrische hartas:

De normale hartas loopt van + 120 tot - 30° zuigelingen en kinderen tot 10 jaar hebben een rechter hartas van 10 - 18 jaar een vertikale hartas.

Bij mensen van ± 65 jaar en ouder dreigt de stand van de elektrische hartas naar links te gaan.

Bij een groot Antero/septaal infarct met RBTB en Fasiculus Anticus blok bestaat er een linker asdraai.

Bij een Fascicuclus posticus blok ontstaat er een rechter asdraai. Ook zonder infarct is het partiėle hemiblok mogelijk; dit uit zich in een linker of rechter asdraai.

Intervallen

P - Q interval              0,12 - 0,21 seconde.

Q - T interval              0,35 - 0,42 seconde.

QRS interval               0,07 - 0,10 seconde.

S-T interval                 0,24 - 0,32 seconde.

ECG afleidingen

Bundeltakblokken

P-Toppen.

 Bij een normaal sinusritme zijn de P-toppen positief in de afleidingen II, III AVF, en licht bifasische in VI.

Een notch in de P top in I en II en/of een bifasische P top in VI, waarbij het negatieve deel van de P-top groter of gelijk is aan 0,04 sec en een diepte heeft van 1 mm of meer kan passen bij linker boezem hypertrofie.

Als de P toppen in de afleidingen II, III en AVF groter of gelijk zijn aan 2,5 mm en breder of gelijk zijn aan 0,12 sec. dan kan dat wijzen op rechterboezemhypertrofie.

Een negatieve P top in VI past hier ook bij.

Q's

Normaal: Aanwezig in af l.: I AVL V6 (septumactivatie) Aanwezig in afl.: AVR < 1 mm diep is en een breedte heeft van < O.O4sec. Bij een rechter asdraai is een Q in II, III en AVF normaal.

Pathologisch: Als hij breder/gelijk is aan 0,03 sec. en groter of gelijk is aan 1/3 deel van de daarop volgende R in af l. I, II, V2 - V6 en AVF. Als hij breder/gelijk is 0,05 sec. en groter/gelijk is aan 1/3 deel van de daarop volgende R in afleiding III. QR patroon in II, V1 - V6.

R-toppen.

Normaal: R toppen zijn klein in afleiding V1 en nemen toe in hoogte tot V4, V5, daarna weer afname in grootte.

Pathologisch: Abrupte R-top toename, geen geleidelijke toename, maar ineens hoge R toppen (Precordiaal) R-top verlies kan wijzen op infarcing.

Hoge R top in afleiding V1: Rechter Ventrikel Hypertrofie. RBTB. W.P.W. syndroom. Posterior infarct.

ST segmenten.

Normaal: St segment begint op de basislijn, loopt lang zaam omhoog, gaat over in de T-top. 1 - 2 mm ST elevatie in V1 - V2 is normaal.

Pathologisch: Meer dan 1 mm ST elevatie in af l. I, II, III, AVL, AVF, V3 - V6. Meer dan 2 mm ST elevatie in V1, V2. Meer dan 0,5 mm ST depressie, horizontaal verlopend St segment, of af lopend ST segment in afl. I, II, III, AVL, AVF, V1- V6. Acute infarcering geeft ST elevatie in dat gebied en depressie in het tegenovergestelde gebied.(reciproke Depressie.)

T-toppen.

Normaal: Asymetrisch van vorm, d.w.z. dat het stijgende deel van de T-top langer duurt dan het dalende deel. Positief in I, II, AVL, V3 - V6. T- toppen zijn in de af l. II, III en AVF, vooral afl.III.

Pathologisch: Vlakke T-top: minder dan 0,5 mm negatief en positief. Negatieve T-top in I, II, V3 - V6 T-top veranderingen in af l. II, III en AVF tegelijk. Neg.T-top III of AVF is niet pathologisch. T-top in AVL beoordelen als de daarop volgende R groter of gelijk is aan 5 mm. (als de R-top kleiner is dan 0,5 mm zijn T-top veranderingen sneller pathologisch. Als T-top in V1 groter is dan dan de T-top in V6 is dat meestal het eerste teken van LVH. T-top veranderingen meer pathologisch dan bij vrouwen. Symmetrische T-toppen, hoge en spitsere T-toppenT top inversie. Nog T top in af 1. I met positief QRS. Als in af 1. I met positief QRS is, dan moet de T top in af l. I groter zijn dan in af l. III.

U-golven.

Komt voor bij : Hypokaliemie , Sinusbradycardie , Coronairlijden.

U-golven zijn het beste zichtbaar in af l. V2 - V4. Inversie van de U-golf tegengesteld aan de T-top is pathologisch

Infarcering.

Q's of QS patroon, R-top verlies in volgende af leidingen:

I, AVL                                        Hoog Lateraal.

I, AVL, VS, V6                          Lateraal.

I, AVL, V3 - V6                         Anterolateraal.

I, AVL, VI - V6                          Antero septaal lateraal.

VI - V4, (I, AVL)                       Antero septaal.

V2 - V4 (I, AVL)                       Anterior.

V1 - V2                                      Septaal.

II,III, AVF                                  Inferior.

II, III, AVF V3R, V4R                Inferior en rechter ventrikel.

II, III, AVF, V5, V6,V3R,V4R   Inferior rechter Ventrikel en lateraal

II, II, AVF + Hoge R in VI          Infero Postior.

Hoge R in VI                               Posterior.

Ventrikelhypertrofie

L.V.H. R in I, II en III groter of gelijk aan 20 mm R in AVL groter of gelijk aan 12 mm. R in V5, V6 groter of gelijk aan 26 mm Intrinsicoide Deflexie: breedt van het stijgende of dalende deel van de R-top. In V6 is dit groter of gelijk aan 0,055 sec. S in VI + R in VS - V6 groter of gelijk aan 35 mm ST depressie in af l. 1, AVL, VS V6 (zonder digitalis gebruik) Neg. T in I, AVL, V5 en V6 (met digitalis gebruik) Linker asdraai.

R.V.H. R in VI groter of gelijk aan 5 mm. R/S ratio groter of gelijk aan I in VI S is groter dan de R in I. S is groter dan de R in V5.

Longembolie.

Diepe S in afleiding I. ST elevatie in afleiding II. Diepe Q + neg. T in afl. III. Draaiing van de hartas links/rechts Meestal rechts. Vaak sinustachycardie of boezemfibrilleren. Compleet of incompleet RBTB. ST depressie in T-top inversie precordiaal. Toename R/S ratio in VI.

Pericarditis.

ST elevaties in vrijwel alle af leidingen. Geen reciproke ST depressies. ST segment is bol van vorm. Daling PTa segment. Verticale stand van de elektrische hartas. Na verloop van dagen wordt het ST segment isoelektrisch en de T-top inverseert. Vaak Supra Ventriculaire ritmestoornissen.

Hyperkaliemie.

Smalle spitse T-toppen en/of afwezigheid van T-toppen. Verbreding QRS complex. Ventriculaire ritmestoornissen tot V.F. Verkorte QT tijd.

Hypokaliemie.

Concave depressie van het ST segment. Zwak positieve of negatieve T-toppen. Hoge U-golven die samenvallen met de T-top. Vooral zichtbaar in V2 - V4.

Hypercalciemie.

Verkorting van het ST segment. Verkorting van QT tijd daardoor.

Hypocalciemie.

Verlenging van het ST segment. Toename QT tijd.

Hypertensie.

ECG veranderingen passend bij L.V.H.

Dipoxine.

Normale spiegel : ST depressie. Komvorming AV geleiding. Vertraging AV geleiding. Kortere QT tijd.

Toxische spiegel: le tot 3e graads AV blok. P.A.T. met blok. Nodaal tachycardie. PVC tot VF.

Kinidine.

Normale spiegel: ST depressie. vlakkere T-toppen. U-golven.

Toxische spiegel: Toename qrs breedte. AV geleidingsstoornissen tot 3e gr. AV blok. PVC tot VF.

Romano Ward Syndroom.

Erfelijke aandoening gekenmerkt door verlengde QT tijd daardoor verhoogde kans op ventriculaire ritmestoornissen daardoor kans op mors subita. Syncope vooral bij inspanning. QT tijd varieert van slag tot slag.

Jervell Lange Nielsen Syndroom.

Verlengde QT tijd, doofheid. meestal familair. Verhoogde kans op mors subita door Ventriculaire ritmestoornissen.

Wolff Parkinson White Syndroom. (Pre-exitatie syndroom)

Korte PQ tijd Verbinding Boezem - Kamer (Bundel van Kent) Delta golf. Verbreed QRS complex. Kans op Mors Subita bij boezemfibrilleren.

Lown Ganong Levins Syndroom.(Pre-excitatie syndroom)

Korte PQ tijd (korter dan 0,12 sec). Normaal QRS complex. Ook kans op Mors Subita bij B.F. Atria verbonden met onderste deel AV knoop of His (James Bundel)

Pacemaker

Bij elektrode gelegen in rechter Ventrikel QRS, 0,12 sec of meer. VI, V2 en V3 zien wij kleine R-toppen gevolgd door diepe S toppen. Soms QS complexen in deze af leidingen. In V5, V6 een brede R top of RSR accent complex. De T-top in negatief en het ST segment ligt beneden de iso elektrische lijn.Vlak voor het QRS complex is een spits zichtbaar.

 

terug